Wie het beoogd rendement weet te onderbouwen wint!

CD van jou… CD van mij…, gekregen van mijn moeder, dus van mij. We kennen het allemaal; de notaris vraagt ons hoe het verder moet voor als de liefde over is. Juristen weten het al langer, een contract is er voor slechte tijden.

Met de komst van de marktvisie is het idee ontstaan dat samenwerking hét middel is om er samen uit te komen, óók bij straffe tegenwind (contractuele impasses). In tenders neemt ‘samenwerking’ daarom een belangrijke plaats in als Gunningscriterium. Voorbeelden te over: teamassessments, samenwerkingscoaches, intervisie. Ondanks goede bedoelingen zien we dat de aannemer bij tegenwind de grenzen van het contract opzoekt. Terwijl de opdrachtgever zich laat zich verleiden om op letter van het contract te gaan zitten. “De geest van het contract” is vervlogen. Als samenwerking niet het onbetwiste middel is (of “niet volstaat”) om weg te blijven van contractuele impasses, wat dan wel?

Terug naar de basis
Gedreven door passie voor techniek is een aannemer in de wereld om winst te maken. Dat is nodig om een duurzame bedrijfsvoering zeker te stellen. Terwijl de opdrachtgever vooral gericht is op het correct besteden van publieke middelen. Dit lijken twee verschillende werelden, maar is dat zo? Zolang de aannemer winst boekt op een project, kan de opdrachtgever rekenen op een partner die haar zaken op orde heeft, kwaliteit aantoont (dit voorziet opdrachtgever in rechtmatigheid van betaling) en zich flexibel opstelt.

Infraprojecten als businesscase
Als een goed rendement de basis is om tegenwind te voorkomen, waarom beschouwen we infraprojecten dan niet als een businesscase? Onderdeel van de aanbesteding is dan dat de aannemer aantoont het project met een gezond rendement te kunnen realiseren. De aannemer wordt dan uitgedaagd haar aanneemsom te onderbouwen op basis van historische faalkostenanalyses. Wat heeft in het verleden ertoe geleid dat rendement is verdampt? Welke maatregelen treft de aannemer om herhaling te voorkomen? Zo kan uit de analyse blijken dat bij een soortgelijk werk stakeholders extra wensen hadden, waardoor het ontwerpproces werd verstoord. Of dat door afwijkende bodemparameters het niet is gelukt om aan de zettingseisen te voldoen. Zo ontstaat maatwerk, waarbij de aannemer zich uitgedaagd voelt om op basis van haar ‘eigen’ bedrijfsspecifieke faalkostenanalyse te bepalen wat relevant is voor een goed projectresultaat.

Natuurlijke selectie
Geen BPKV-tabel meer met voorgeschreven gunningscriteria. Nee, de aannemer analyseert, gegeven het contract, projectspecifieke kenmerken én haar ervaring wat relevant is voor het onderbouwen van haar inschrijfprijs en beoogt rendement. Waarom draagt dit bij aan de belangen van de opdrachtgever? Zo ontstaat natuurlijke selectie. Een gegadigde die tijdens de tenderfase onvoldoende kan aantonen wat er in het verleden is misgegaan en waarom voor dit specifieke werk niet nog eens gebeurt, maakt geen kans.

Op termijn zorgt deze aanpak ervoor dat na gunning minder geld verdampt. Lucht in de financiën draagt bij aan de samenwerking tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Juist bij straffe tegenwind. Vet op de botten biedt speelruimte wat nodig is om er samen uit te komen.

Bouwen zal nooit een roze wolk worden, maar een tevreden aannemer levert beter werk. Juristen kunnen thuisblijven…. Geen “CD van mij…, gekregen van mijn moeder…”, kwesties om te beslechten.

Flux Partners is een adviesbureau in de bouw- en energiesector. Roeland Boonekamp is één van oprichters en is adviseur bij de dienst Tendermanagement. Wil jij weten wat wij voor jou kunnen betekenen? Neem contact op met Roeland Boonekamp.

Meer Flux Updates